De Houtskeletbouw
Dit systeem, dat het vaakst gebruikt wordt, bestaat al 150 jaar lang. Het eist weinig architecturale beperkingen.
Het houtskelet bestaat uit een assemblage van verticale kepers die op een afstand van 40 à 60 cm van elkaar geplaatst worden en die onderling verbonden worden door horizontaal bevestigde kepers.
Teneinde het houtskelet uit te stijven worden er panelen vastgeschroefd of genageld op de structuur. Dit zorgt voor een grotere bestendigheid tegen zijdelingse windvlaaien.
Deze panelen, "stutwerk" genoemd, bestaan uit kleine deeltjes uit multiplex of vaker uit lagen houtsnippers die met lijm gebonden worden (OSB).
Ze kunnen zowel aan de binnen- als aan de buitenkant geplaatst van de woning worden.
De vrije ruimte tussen de twee zijden wordt gevuld met een inblaasbaar of semi-rigide isolerende stof. De dikte van deze isolerende stof is afhankelijk van de beschikbare ruimte en dus van de gebruikte houtsecties (meestal ligt dit tussen 38x140 en 38x216 mm).
Aan de hand van deze techniek wordt de vastgelegde K35 (of zelfs K30) van het energiezuinig huis gemakkelijk bereikt. Mits gebruik van extra isolatie buiten en soms ook binnen het huis, kunnen de criteria van het passiefhuis ook bereikt worden.
